Emotieherkenning

De belangrijkste vraag van dit wetenschappelijk onderzoek is hoe emotieherkenning werkt bij mensen met verschillende geestelijke problemen. Emotieherkenning is het herkennen van emoties bij anderen, door te kijken naar het gezicht.

Het onderwerp van dit onderzoek past in een groter onderzoek. Dat grotere onderzoek gaat over het verband tussen bewuste en onbewust emotieherkenning en empathie. Empathie is jezelf kunnen verplaatsen in de situatie en gevoelens van anderen. De resultaten van dit onderzoek kunnen in de toekomst belangrijk zijn bij het bepalen of iemand een geestelijke ziekte heeft.

Huidig wetenschappelijk onderzoek

In dit wetenschappelijk onderzoek doen mensen vrijwillig mee die in het Pieter Baan Centrum zitten. Deze mensen worden verdacht van een misdrijf. Zij worden in het Pieter Baan Centrum onderzocht als de rechter vermoedt dat er psychisch iets aan de hand is met de verdachte.

De deelnemers aan het onderzoek bekijken foto’s en films van gezichten van mensen met verschillende emoties. Zij geven de emoties die zij zien een cijfer. In de tussentijd wordt met een 'eyetracker' bijgehouden welk deel van het gezicht bekeken wordt (bijvoorbeeld de mond, neus of ogen). Een eyetracker is een apparaat dat de bewegingen van je ogen volgt. Naast de eyetracker wordt ook de activiteit van de gezichtsspieren gemeten. Op dit moment zijn 178 personen onderzocht. Het is de bedoeling dat er meer personen onderzocht worden, omdat er verschillende groepen met elkaar vergeleken worden.

Vergelijking

Per 1 januari 2021 zijn onderzoekers begonnen met het meten van emotieherkenning bij een ‘community sample’. Dit is een groep mensen uit de gewone maatschappij. Deze mensen lijden niet aan een geestelijke of lichamelijke ziekte. De meting wordt zoveel mogelijk in de eigen omgeving van deze mensen gedaan. Uiteindelijk kunnen onderzoekers deze groep (mensen uit de gewone maatschappij) op een wetenschappelijke manier vergelijken met de forensische groep (mensen uit het Pieter Baan Centrum).

Wie en wanneer

Onderzoeker: Ronald Rijnders
Samenwerkingspartner: professor Jack van Honk (Universiteit Utrecht)

Periode onderzoek 2016-2022