De belangrijkste vragen van dit wetenschappelijk onderzoek zijn hoe emotieherkenning, impulsregulatie en morele ontwikkeling (het geweten) werkt bij mensen met verschillende geestelijke problemen. Emotieherkenning is het herkennen van emoties bij anderen, door te kijken naar het gezicht. Zoiets gebeurt deels bewust en deels onbewust. Vooral bij verdachten van agressieve delicten is onderzoek naar de impulsregulatie erg belangrijk.

Wetenschappelijk onderzoek
In dit wetenschappelijk onderzoek doen mensen vrijwillig mee die in het Pieter Baan Centrum zitten. Zij zijn verdachten van een misdrijf en worden in het Pieter Baan Centrum onderzocht als de rechter vermoedt dat er met hen psychisch iets aan de hand is.
De deelnemers aan het onderzoek bekijken foto’s van gezichten van mensen met verschillende emoties. In de tussentijd wordt met een 'eyetracker' bijgehouden welk deel van het gezicht bekeken wordt (bijvoorbeeld de mond, neus of ogen). Een eyetracker is een apparaat dat de bewegingen van je ogen volgt. Naast de eyetracker wordt ook de activiteit van de gezichtsspieren gemeten (elektromyografisch onderzoek). Ook kijken de deelnemers naar gemaskeerde plaatjes van emoties of van ontklede personen. Deze plaatjes worden zeer kort aangeboden zodat deze niet bewust worden gezien. Morele ontwikkeling wordt gemeten door dilemma’s aan te bieden of een verhaal waarin het leed toeneemt en de onderzochte kans krijgt geld te doneren.
Het is de bedoeling dat er meer dan 100 personen onderzocht worden, omdat er verschillende groepen met elkaar worden vergeleken, onder andere een ‘community sample’. Dit is een groep mensen uit de gewone maatschappij. De meting van de ‘community sample’wordt zoveel mogelijk in de eigen omgeving van deze mensen gedaan. Uiteindelijk kunnen onderzoekers deze groep (mensen uit de gewone maatschappij) op een wetenschappelijke manier vergelijken met de forensische groep (mensen uit het Pieter Baan Centrum).
Wie en wanneer
Onderzoeker: dr. Ronald Rijnders, psychiater en onderzoeker van de NIFP-afdeling Wetenschap en Opleidingen.
Samenwerkingspartners: dr. David Terburg (Universiteit Utrecht) en dr. Sanne van Dongen (Erasmus Universiteit Rotterdam).
Periode onderzoek 2026-2032