De hoop is natuurlijk dat alle jeugdige en jongvolwassen daders nooit meer delinquent gedrag vertonen nadat zij een straf of maatregel opgelegd hebben gekregen. Helaas is dat een utopie.

Wel bleek uit eerder onderzoek dat naast het opleggen van een sanctie, mogelijk ook goede bindingen met het gezin/de thuissituatie en school/werk (de zogenoemde conventionele bindingen) kunnen helpen om de kans op recidive te verkleinen. Recidive is echter een beperkte maat voor een succesvolle resocialisatie, omdat deze alleen zichtbaar wordt wanneer iemand opnieuw met politie en justitie in aanraking komt. Conventionele bindingen zijn daarom niet alleen van belang vanwege hun relatie met recidive, maar vormen ook een zelfstandige indicator van hoe goed het met iemand gaat en in hoeverre iemand maatschappelijk is ingebed.

Huidig onderzoek

Dit onderzoek gaat dieper in op die inzichten door te kijken naar de levensloop van jongvolwassenen bij wie in de adolescentieperiode een Pro Justitia rapportage is afgenomen, en die vervolgens een sanctie (straf of maatregel) opgelegd kregen. Bij hen is sprake van gedragsstoornissen vanwege onderliggende psychosociale en neurobiologische problemen. Zij hebben vaak in beginsel al problemen met het aangaan van conventionele bindingen. De kans op recidive is dan ook groot. Het is daarom bij deze groep zinvol om te kijken naar het, tijdens de straf of maatregel, werken aan behoud van de bindingen met thuis en gezin, opleiding en werk.  En hoe dat kan bijdragen aan het verminderen van recidive. Tegelijkertijd biedt het inzicht in de mate waarin deze jongvolwassenen erin slagen een stabiel bestaan op te bouwen, ook los van de vraag of zij opnieuw met justitie in aanraking komen. Hiermee wordt in dit onderzoek dan ook verder gegaan dan alleen recidive als uitkomst van een sanctie. Maar ook naar de mate waarin conventionele bindingen jonge mensen helpen met hun resocialisatie.

Wie en wanneer

Onderzoeker: Louise Smallenburg, Melanie Franse
Samenwerkingspartner: WODC

Periode onderzoek 2026-2028