Samir Lakbibchi (38) en Agnes ten Napel (61) werken als groepsleiders in het Pieter Baan Centrum (PBC). Elk in een ander team, maar allebei met evenveel liefde voor het vak én voor mensen. “In zes weken tijd leren we de mensen die hier onderzocht worden steeds beter kennen. Niet vanuit het delict waarvan ze verdacht worden, maar vanuit de persoon die ze zijn."
Beeld: © NIFP
Onze vier afdelingen vormen het hart van de organisatie”, zegt Agnes. “Hier gebeurt het. Hier gaan de onderzochten met elkaar om - en met ons. Vroeg of laat tonen de meesten wie ze werkelijk zijn. De setting is welliswaar kunstmatig, maar zeer effectief.”
Dagprogramma PBC
“We werken in vier teams, of afdelingen zo je wilt, elk met een woonkamer/-keuken, spreekkamers en een gang met aansluitend minimaal zes cellen. De groepssamenstelling verandert elke week, doordat een onderzochte weggaat en er weer een nieuwe bijkomt. Alleen daardoor al verandert de groepsdynamiek voortdurend. Soms kunnen twee mensen het heel goed met elkaar vinden. Als de een weggaat – na afronding van het onderzoek – dan kan dat gevolgen hebben voor het gedrag van de ander, en vaak ook voor de hele groep. En dan heb je nog de wisseling van groepsleiding. In de vroege dienst werken we van 07:00 – 15:30 uur en in de late dienst van 15:30 – 22:00 uur. De mensen die wij onderzoeken worden voor de nacht ingesloten in hun cel. Overdag brengen ze, deels samen en met de groepsleiding, de meeste uren door op de groep, met van alles en nog wat. De een gaat in gesprek met een psycholoog of psychiater in een aparte kamer, de ander leest een boekje, voert de vissen in het aquarium of speelt een spelletje FIFA. Doordeweeks wordt een programma aangeboden met arbeid en sport. In de sportzaal zie je of iemand tegen z’n verlies kan en hoe hij daarmee omgaat. Wij observeren alles wat ze doen, hoe ze op elkaar of in situaties reageren. Daarover rapporteren we. De groepsleiding is zelf ook onderdeel van de observatie, dus je moet weten òf en hoe je een situatie beinvloedt.”
Beeld: © NIFP
De sfeer is bepalend
“Hoe minder regels je stelt, hoe meer de mensen zichzelf laten zien. Diegene die dat willen, gaan samen met ons ontbijten, koken en eten. De een houdt zich afzijdig, de ander doet actief mee terwijl een derde tot 12.00 uur in bed blijft liggen. Als groepsleider heb je oog voor hoe iemand erbij loopt. Wat hij doet of zegt. Soms is iemand nors of blaft hij mensen om zich heen af. “Dat mag als het binnen de grenzen van het normale valt”, vindt Agnes. “Er komt vanzelf wel een moment dat hij merkt dat dat gedrag geen zoden aan de dijk zet.”
Samir vertelt over zijn Marokkaanse achtergrond. “Mijn uiterlijk en mijn roots helpen me wel eens. Het is drempelverlagend. Soms denken onderzochten dat ik hier ook ben voor onderzoek — dan moet ik lachen. Als ze horen dat ik hier werk, zeggen ze meteen: ‘oh sorry’. Maar dat hoeft van mij helemaal niet. Het laat alleen maar zien dat je uiterlijk of afkomst niets zegt over wie je bent.”
Soms wil iemand niet meewerken aan het onderzoek. “Jammer, maar ook dan zien we, gedurende de zes weken, gedrag dat interessant kan zijn voor de psychologen en psychiaters om op voort te borduren. Ook iemand die veel op cel blijft, nodigen we uit om mee te doen aan activiteiten op de dag. Als ik zie dat iemand boos kijkt, rapporteer ik dat niet zomaar. Misschien kijkt hij altijd boos. Misschien heeft hij hoofdpijn. Dus je stelt ‘checkvragen’: ik zie dat je boos kijkt, klopt dat? Is er iets? Je leert ook veel over jezelf. Als persoon ontwikkel je elke dag, maar als mens blijf je dezelfde.” Agnes en Samir kijken elkaar aan en geven toe: “En ja,… pfff, soms ben je kapot aan het eind van je dienst.”
Jongens, kies voor Social Work
Als groepsleider leer je om gedrag te lezen door heel specifiek te kijken. Door te zoeken naar waarom iemand reageert zoals hij reageert. Agnes: “Je stelt vragen als; ‘hoe komt het dat je soms zo negatief reageert?’ En als ik zie dat iemand ‘knorrig’ is, of dat hem iets dwars zit, dan zeg ik; kom, we pakken eerst een bak koffie en gaan even zitten. Dan kan het zomaar gebeuren dat er een heel verhaal volgt, waarna iemand weer verder kan. Ja, het is belangrijk, ook in het belang van het onderzoek”, zegt Agnes, “dat iemand zich veilig en welkom voelt in het PBC. Ook voor hem of haar is het meestal spannend om hier naartoe te gaan.” Ze durft te stellen dat bijna elke verdachte bang is op de dag dat hij het PBC ingaat. “Het is alsof je een ticket gekregen hebt voor een feestje dat je niet kunt weigeren, en waar je alleen naartoe moet. Ha, ha,..dan mag je een beetje zenuwachtig zijn toch? Soms gaan er al spookverhalen rond op de afdeling voordat iemand binnen is. Dan hoor je dat iemand weet dat ‘Piet’ komt, waarmee hij in dezelfde PI zat. Ze weten van elkaars delict. ‘Pas maar op!’, hoor je dan. Als groepsleiding ben je daar alert op en bespreek je dit met elkaar. Je de-escaleeert waar nodig. Pas als mensen zich een beetje ‘thuis’ voelen, staan ze open voor onderzoek. Dus die sfeer probeer je samen te creëren.” Op de afdelingen werken meer vrouwen dan mannen. “En dat is eigenlijk jammer,” zegt Agnes. “Idealiter heb je een team dat een afspiegeling is van de samenleving. Samir voert soms totaal andere gesprekken met ze dan ik — dat is juist waardevol. Maar er melden zich simpelweg meer vrouwen voor dit werk.” Samir ziet een logische verklaring: “De meeste groepsleiders komen van de opleiding Social Work, en daar kiezen nu eenmaal veel meer vrouwen voor dan mannen. Daarom mijn oproep aan mannen die twijfelen over hun studie of beroepsrichting: kies Social Work en word groepsleider, in de zorg, in detentie of hier in het PBC.”
Beeld: © NIFP
Als je hier mag werken, heb je het helemaal gemaakt
Na zijn hbo-opleiding SPH (Sociaal Pedagogische Hulpverlening, nu Social Work) werkte Samir vele jaren in jeugdinstellingen als groepsleider. “Ik had wel vaker gehoord over dit werk in het PBC, maar dat leek me te hoog gegrepen voor mezelf. Het PBC had iets elitairs over zich in mijn beleving. Ik dacht: als je dat haalt, dan heb je het helemaal gemaakt. Nu werk ik hier al negen jaar, en ik zou niet anders meer willen. Terwijl je omgaat met verschillende mensen, doe je onderzoek naar gedrag en moet je rapporteren over wat je ziet en ervaart. Door goede samenwerking met psychologen en psychiaters weten we precies wat zij willen weten. Per verdachte weten we op welke vragen de rechter antwoorden wil. Soms ontvangen we extra vragen, over jeugddetentie bijvoorbeeld, of over een stoornis. We variëren met gesprekstechnieken. Soms laat je iets gaan, soms vraag je door, afhankelijk van de situatie en van wat iemand tot dan toe heeft laten zien. Onze observaties delen we met gedragskundigen en andere betrokken professionals.” Per onderzochte zijn er regelmatig besprekingen met het hele onderzoekend team. In elk onderzoeksteam zit één groepsleider als volwaardig lid. De groepsleiding schrijft een hoofdstuk voor het rapport waarin alle groepsobservaties zijn samengevat.
Imago vs identiteit
Buitenstaanders denken soms dat het binnen het PBC draait om ellende, narigheid en geweld. “Maar als groepsleiders spreken we vaak weinig over het delict waarvan iemand verdacht wordt. Je bent bezig met de mens tegenover je, niet met z’n verdenking.” Agnes werkt al meer dan 25 jaar als groepsleider in het PBC. Vanaf dag één dat ik hier werk, voel ik me op mijn plek. Van nature was ik altijd al bijzonder geïnteresseerd in mensen. Ik houd van het echte contact, van goede gesprekken maar ook van observeren. De een is slimmer dan de ander, de een speelt de clown, de ander het haantje. Je leert hier om vanuit een blanco vertrekpunt naar iemand te kijken. Zonder oordeel, zonder aannames. We hebben een grote verantwoordelijkheid, ook als groepsleiders. Zo realiseer ik me elke dag, dat voor de toekomst van deze mens, het belangrijk is dat ik alles zo zuiver mogelijk opschrijf en de juiste woorden gebruik. Om dat zo professioneel mogelijk te doen, volg je trainingen in het PBC. Je leert goed en integer te rapporteren. Ik sta open voor elk mens, ongeacht zijn achtergrond. Ik ben benieuwd hoe hij contact met mij maakt. Of hij gespitst is op het programma van begin tot eind. Of hij meewerkend is, of juist gespannen en gesloten.”
Het werk als groepsleider is intensief, rijk en betekenisvol. Je leert veel over menselijk gedrag, over groepsdynamiek en over jezelf. Samir: “Als je wilt bijdragen aan een veiligere samenleving, van mensen houdt en niet bang bent om écht te kijken: overweeg dan om groepsleider te worden. Voor mij is dit het mooiste vak dat er bestaat.”