Wat maakt dat iemand een delict pleegt? Die fascinatie had klinisch neuropsycholoog Niki Kuin al vroeg in haar loopbaan. Ze koos de forensische psychiatrie en werkt sinds anderhalf jaar als Directeur Zorg en Behandeling in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) van de penitentiaire inrichting (PI) Vught.
Beeld: © NIFP
Bijna iedereen kent de bekende blauwe poort van de PI Vught. Maar bijna niemand kent de wereld erachter. ‘Het is net een klein dorp’, schetst Niki Kuin het terrein van bijna 30 hectare. Hier staan naast een Huis van Bewaring en de reguliere gevangenis onder meer afdelingen voor terroristen, stelselmatige daders en de Extra Beveiligde Inrichting. Maar ook een eigen gezondheidscentrum, arbeidsruimten, sportzalen en zelfs een milieustraat. ‘De dorpse sfeer is merkbaar: iedereen groet elkaar, zowel gedetineerden als medewerkers. Die onderlinge verbinding is belangrijk voor zowel de zorg als de veiligheid. Sterker nog: het persoonlijke contact staat centraal in alles wat we doen.’
Complex en gevoelig
Minder bekend is dat op het terrein ook een PPC staat met plaats voor 270 gedetineerde patiënten. ‘Het onderzoeken van delictplegers sprak mij al aan tijdens mijn eerste stage bij de PI Vught’, vertelt Kuin. De forensische psychiatrie bleek haar op het lijf geschreven. Na de start van haar loopbaan als behandelcoördinator in een tbs-kliniek maakte ze in 2008 de overstap naar de PI, de laatste jaren als directeur Zorg en Behandeling. ‘In deze veelzijdige functie komen alle kanten van mijn vak voorbij. Ik ben bezig met inhoud, beleid en wetenschappelijk onderzoek.’
De doelgroep kenmerkt zich door complexiteit. ‘Ik heb me kunnen specialiseren tot klinisch neuropsycholoog en promotieonderzoek gedaan naar de link tussen agressie en neurocognitieve functies’, vertelt Kuin. Veel gedetineerden kampen met beperkte neurocognitieve functies, bijvoorbeeld vanwege niet-aangeboren hersenletsel, een licht-verstandelijke beperking of schade door langdurige verslaving. Daarbij komt dat je hier de hele DSM voorbij ziet komen: mensen hebben vaak meerdere, ernstige psychiatrische aandoeningen. Daarbovenop hebben alle patiënten een delict gepleegd. Dat maakt je beroepsuitoefening enorm gelaagd. In die context geeft het veel voldoening om patiënten in crisis te zien stabiliseren of kleine successen te boeken.’
Ingericht op agressie
Ook de maatschappelijk gevoelige context maakt het PPC voor Kuin een aantrekkelijke werkplek. ‘De PI Vught ligt nu eenmaal onder een vergrootglas. Daar moet je van houden. Tegelijkertijd geldt: geen dag is hetzelfde en er gebeurt vaak iets onverwachts. Het PPC beschikt over een aantal specifieke expertises, zoals een zedenafdeling waar de focus op seksuele problematiek ligt, en een afdeling waar mensen verblijven die heel intensieve zorg nodig hebben vanwege een psychiatrische aandoening en veel agressie.’
Daarover wil ze meteen een misverstand uit de wereld helpen. ‘Agressieve incidenten komen – helaas – voor, net als in alle andere settingen van de ggz. Wel kunnen we dit soort momenten vaak voorkomen. Bovendien zijn we in de forensische zorg optimaal ingesteld op zo veilig mogelijk werken. Er zijn veiligheidsprotocollen en alarmsystemen, het personeel is getraind en als het nodig is zijn er extra collega’s bij een gesprek of vindt behandeling zelfs plaats achter een glazen plaat. Ik hoor dan ook vaak van behandelaren dat ze zich nergens zo veilig voelen tijdens hun werk als in de PI.’
Beeld: © NIFP
Binnen en buiten
Vanuit haar rol maakt Kuin zich daarnaast hard voor relationele veiligheid. ‘Als je gedetineerden goed kent, helpt dat bij het inschatten van hun toestand en de mogelijke risico’s die daaraan verbonden zijn. Dat maakt ons werk zo mooi: de zorg draagt bij aan de veiligheid en de veiligheid draagt bij aan de zorg.’ Een ander speerpunt is dat de zorg ‘binnen’ van hetzelfde niveau moet zijn als die de gedetineerde patiënt ‘buiten’ zou ontvangen. ‘Als directeur zorg ik dat medewerkers hun deskundigheid op peil houden en zijn er allerlei kwaliteitseisen en het kwaliteitskader forensische zorg waaraan we moeten voldoen.’
Maar haar rol reikt verder dan alleen binnen en buiten. Een belangrijk aspect van het werk van Kuin is meedenken over hoe gedetineerden de juiste zorg krijgen als ze uit de PI vertrekken. ‘We maken daarover goede werkafspraken met ketenpartners in justitie, veiligheid, de zorg en het sociale domein. Dat zijn dus veel partijen! Daarnaast proberen we de familie van de gedetineerde te informeren over wat hier gebeurt en hebben we een taak in het meewegen van de slachtofferbelangen, bijvoorbeeld als het om verlof gaat.’
Familie
Een heel enkele keer komt er een ernstig incident voor, zoals een steekpartij of een gijzeling. ‘Op zulke momenten voel ik me extra verantwoordelijk voor onze medewerkers en patiënten. Natuurlijk is de impact groot. Tegelijkertijd ben ik onder de indruk van de professionaliteit en veerkracht van het team. Het is opvallend hoe goed onze medewerkers op elkaar zijn ingespeeld en hoe betrokken ze bij elkaar zijn. Ook op moeilijke momenten. Ik ben trots dat ik aan zo’n team leiding mag geven.’
Dat betekent niet dat er nooit gedoe is. ‘Er is in dit ‘dorp’ altijd wel iets aan de hand’, zegt Niki Kuin met een lach. ‘Maar net als in een familie weten we elkaar ook altijd weer te vinden. Ondanks dat collega’s zijn blootgesteld aan een lastige situatie, willen ze zich toch blijven inzetten voor de patiënt. Binnen professionele grenzen uiteraard. Vanuit die benadering kiezen we er soms ook voor om een gedetineerde na een incident over te plaatsen, al dan niet tijdelijk. Dat is dan in het belang van het team en de patiënt. Want ook dan heeft iemand het recht op een tweede kans.’
‘De zorg draagt bij aan de veiligheid en de veiligheid draagt bij aan de zorg’