Volwassenen, adolescenten, ernstige psychiatrische problematiek, forensische psychiatrie: (kinder-en jeugd)psychiater Louise Smallenburg heeft een brede interesse. Haar functie als directeur Zorg en Behandeling van Penitentiaire Inrichting (PI) Haaglanden combineert zij ook nog eens met pro Justitia-werk én een promotietraject.
07.48 uur Het is 11 minuten fietsen van Den Haag Centraal naar de PI Haaglanden (wind mee, stoplichten op groen). Misdaadpodcast op de fiets: meestal een fijn begin om met een frisse blik aan de dag te beginnen. Maar vandaag heb ik ook afspraken elders, dus kies ik voor de auto… helaas sta ik nu in de file op weg naar Scheveningen.
08.12 uur In mijn afwisselende functie is geen dag hetzelfde. Dat past mij als een jas: na mijn specialisatie in de volwassenenpsychiatrie heb ik in het Erasmus MC ook de registratie tot kinder- en jeugdpsychiater behaald. Tegelijkertijd trok het forensische veld me en kreeg ik tijdens mijn stages als psychiater in opleiding bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) de mogelijkheid de opleiding tot pro Justitia-rapporteur te volgen. Aanvankelijk combineerde ik mijn werkzaamheden met meisjes met een eetstoornis in de specialistische ggz met het werk voor het NIFP. Later combineerde ik de NIFP-functie met de ambulante forensische zorg bij De Waag.
Het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC), als onderdeel van PI Haaglanden, bleef mijn aandacht echter trekken, vanwege de diversiteit en complexiteit aan (ernstige) psychiatrische problematiek, de enorme maatschappelijke relevantie en de raakvlakken met het recht. Ieder verhaal is een puzzel op zich en vrijwel elke situatie is gelaagd. Niets is hier rechttoe rechtaan! Zo stroomde ik door van psychiater in opleiding naar psychiater, naar eerste geneeskundige en nu ben ik sinds ruim een jaar directeur.
09.03 uur In mijn functies kan ik zowel puzzelen, schrijven als werken met allerlei soorten mensen, van gedetineerde patiënten tot personeel. Zo ben ik verantwoordelijk voor de psychiatrische zorg in het PPC en daarmee ook voor het multidisciplinaire behandelteam.
Ook voor de zorg in het Justitieel Centrum voor Somatische zorg (JCvSZ), eveneens onderdeel van de PI Haaglanden, ben ik eindverantwoordelijk. Hier komen justitiabelen uit het hele land naartoe als de medische zorg in bijvoorbeeld de reguliere PI of tbs-kliniek van herkomst niet langer voldoende geboden kan worden. Mijn dag begint met een overleg met de eerste geneeskundige JCvSZ, die verantwoordelijk is voor de zorg in het JCvSZ en de somatisch artsen aanstuurt. Ik bespreek met hem lopende (personeels)zaken en casuïstiek waarbij somatiek en psychiatrie beiden een belangrijke rol spelen en onze expertises elkaar dus aanvullen.
09.30 uur Zorg en veiligheid gaan bij ons hand in hand. Tijdens mijn weekenddienst was ik bij een onrustige gedetineerde. Dan ligt de focus eerst op veiligheid: voordat ik het gesprek aanga, kijken drie tot vier zorg- en behandelinrichtingswerkers (zbiw) of de situatie in de afzonderingscellen veilig genoeg is. Het liefst behandelen we mensen op vrijwillige basis, maar deze meneer had geen ziektebesef. Uiteindelijk heeft hij gedwongen medicatie gekregen. Daarom ben ik blij om tijdens de zogenoemde ‘dwangbespreking’ met de psychiaters te horen dat de gedetineerde patiënt inmiddels meer is gestabiliseerd. Hoewel deze mannen de ggz misschien wel het hardst nodig hebben, mijden zij die vaak. In deze gedwongen setting komt die behandeling dan tóch van de grond.
10.30 uur Als de detentie erop zit en er geen maatregel (tbs) volgt, komen mensen weer buiten. Sommige gedetineerden staan dan letterlijk op straat. De kans op psychische ontregeling en herhaling van delicten is in dat geval groot. In het ketenpartneroverleg dat ik bijwoon, probeer ik onder meer in te zetten op het voorkomen van dubbele stigmatisering: als ‘psychiatrisch patiënt en ex-gedetineerde’. Daardoor vallen deze mannen geregeld buiten de boot. Samen met ketenpartners zoals geneesheer-directeuren van ggz-instellingen in de regio, het Openbaar Ministerie (OM) en gemeenten, bespreken we wat we op beleidsniveau kunnen verbeteren. Nu krijg ik terug dat de officier van justitie die zich richt op de wet verplichte ggz, moeite had om onze PI binnen te komen voor een zitting ten behoeve van een zorgmachtiging. Na dit overleg zet ik gelijk lijntjes uit naar ons Hoofd Veiligheid: ik vind het belangrijk dat onze ketenpartners de PI prettig in kunnen komen, juist in het kader van een goede samenwerking ten behoeve van onze patiënten.
12.31 uur Doordat ik in overleg mensen met diverse achtergronden spreek, doe ik allerlei inspiratie op. Dat helpt mij weer bij het uitdenken van beleid, bijvoorbeeld om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Zo hebben we inmiddels binnen PI Haaglanden georganiseerd dat we via een vingerprik snel bloedwaarden bij clozapinegebruikers kunnen bepalen. Ik hoor van een dokter met veel kennis en ervaring binnen het PPC dat patiënten sinds deze mogelijkheid eerder geneigd zijn vrijwillig de medicatie te nemen.
13.12 uur Ik eet een broodje en drink een Pepsi Zero in de auto, want ik werk ook als pro Justitia-rapporteur. Voor die functie bezoek ik vanmiddag een jongere in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI).
14.00 uur Aankomst in RJJI de Hartelborgt. Hier heb ik een gesprek met de jongere. Speelden psychische problemen een rol bij de tenlastelegging, hoe hoog is het risico op recidive en wat moet er gebeuren aan interventies om dit te voorkomen? Als rapporteur spreek ik een betrokkene meerdere keren. Nu koppel ik de conclusies en adviezen van mijn rapport terug aan de jongere. Ik begin direct met het in de ogen van de jongere ‘slechte nieuws’, een advies aan de rechter hem een PIJ-maatregel (in de volksmond jeugd-tbs) op te leggen. Mijn promotieonderzoek naar verschillen tussen jongens en meisjes in de relatie tussen psychiatrische problematiek en delinquentie, sluit mooi aan bij mijn werk als pro Justitia rapporteur. Ik onderzoek dit in een populatie jongeren die niet per se al in aanraking zijn gekomen met justitie en politie, binnen de iBerry Study van het Erasmus MC, en binnen een groep jongens en meisjes die pro Justitia gerapporteerd zijn, en dus wel al in aanraking zijn gekomen met justitie. Ik vind het geweldig om zo de praktijk van mijn werk terug te zien komen in wetenschappelijk onderzoek en vice versa!
17.15 uur Na het bezoek aan de JJI voor mijn pro Justitia-rapportage rijd ik naar huis, om daar nog even fanatiek in mijn opnieuw volgelopen mailbox te duiken. Zo lees ik beleidsstukken voor het overleg met mijn collega-directieleden in de PI wat morgen gepland staat.
20.17 uur Als mijn zoontje slaapt en ik wat schrijf voor mijn promotieonderzoek, belt de dienstdoend psychiater om te overleggen over een gedetineerde in het JCvSZ. Deze man is overgekomen vanuit een PI vanwege voedsel- en vochtweigering. Hij heeft een psychose en zijn toestand is dusdanig acuut dat we antipsychotica overwegen. Voor dat soort overleg ben ik graag bereikbaar. Dit is nu eenmaal geen 9-tot-5-baan!
‘In deze gedwongen setting komt de zorg vaak tóch van de grond’