Gedetineerden met een ernstige psychiatrische stoornis of een combinatie van psychiatrische aandoeningen krijgen behandeling in een van de vier Penitentiair Psychiatrisch Centra die Nederland rijk is. Psychiater Menno van Koningsveld werkt in Zwolle. ‘Het is net een dorp.’

Beeld: © NIFP

Met ongeveer 500 medewerkers, 146 psychiatrisch patiënten en ruim 200 andere gedetineerden omschrijft Menno van Koningsveld het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) als een ‘groot dorp’. ‘Het is een sociale gemeenschap, waarin iedereen elkaar kent. Met de positieve én negatieve kanten van een dorp. Het geeft een saamhorigheidsgevoel, maar het zorgt ook voor een bepaalde dynamiek. Dat moet je leuk vinden.’

Verbazing

Al vrij jong wist Van Koningsveld dat hij arts wilde worden. ‘Het liefst huisarts. Maar toen ik werd uitgeloot voor die vervolgopleiding, ben ik gaan werken als arts in opleiding (aios) bij de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) in Assen. Daar wordt zorg verleend aan mensen met complexe psychiatrische problematiek, vaak op basis van tbs of een gedwongen opname. Ik was daar de eerste aios, en tot mijn eigen verbazing vond ik het werk erg interessant. Zo heb ik gekozen voor de psychiatrie, en heb ik daarna ook twintig jaar als ambulant psychiater gewerkt.’

EPA-patiënten

Maar de forensische psychiatrie liet hem niet los, en sinds 2012 werkt van Koningsveld in de PPC Zwolle. ‘Waar een zorgpsychiater in de Penitentiaire Inrichting (PI) op afroep komt als er iets aan de hand is, is het PPC een psychiatrische instelling binnen de gevangenis. Ik ben onderdeel van een multidisciplinair team van psychologen, diverse soorten therapeuten en verpleegkundig zorg- en behandelinrichtingswerkers (ZBIW'ers). We behandelen over het algemeen mensen met een ernstig psychiatrische stoornis (EPA). Het gaat dan om psychosen, maar ook om mensen met externaliserende persoonlijkheidsproblematiek, en dan vaak in combinatie met verslaving of een licht verstandelijke beperking.’

Beeld: © NIFP

Scheldpartij

Die populatie zorgt ook voor een specifieke behandelsetting. ‘Laat ik meteen een misverstand wegnemen: veiligheid van medewerkers en patiënten staat centraal. Wanneer ik vermoed dat een situatie uit de hand kan lopen, zorg ik ervoor dat ik niet alleen ben. Ik draag een pieper en er is altijd beveiliging in de buurt. Aan de andere kant: je moet wel tegen een stootje kunnen. Mensen zitten niet altijd te wachten op een behandeling: er zijn veel zorgwekkende zorgmijders. Als ik dan dwang toepas, krijg ik weleens te maken met scheldpartijen of een bedreiging. Tegelijkertijd blijft het fascinerend om te zien hoe heel zieke mensen toch kunnen opknappen.’

Cel verbouwd

De ochtend begint voor Van Koningsveld met een rondje langs de afdelingen die hij onder zijn hoede heeft. ‘Mijn agenda wordt niet bepaald door ingeplande afspraken maar door patiëntenzorg. Soms zijn er bijzonderheden waar ik direct mee aan de gang moet. Denk aan iemand die ’s nachts zijn cel heeft verbouwd en de rest van de nacht in de isoleer heeft doorgebracht. Ik bezoek die patiënt dan en vraag wat er aan de hand was. Vervolgens bespreek ik met het team hoe de situatie heeft kunnen ontstaan. Er kan sprake zijn van binnengesmokkelde drugs– wat in de PPC niet vaak voorkomt – of van een negatieve interactie. Vervolgens kijken we naar een oplossing: we proberen mensen zo min mogelijk te isoleren.’

Beeld: © NIFP

Suïcidaliteit

Ook kunnen patiënten suïcidaal zijn. ‘Van oudsher is het beleid in de PI om die patiënten te isoleren, maar dat is ingewikkeld. Soms grijp je in en plaats je iemand tijdelijk in een isoleer- of time-outcel, om te voorkomen dat diegene zichzelf iets aan doet. Maar bij vrouwen die zichzelf ernstig beschadigen, kan het gedrag in isolatie juist verergeren. Dan is de afweging om hen toch autonomie te geven en terug naar de eigen cel te laten gaan, in de verwachting dat het gedrag daar meer normaliseert. Maar die beslissing maken, samen met je team, is soms scherp aan de wind varen. Je moet als psychiater je beleid wel kunnen verantwoorden.’

Drang en dwang

Overigens beschikt van Koningsveld over een breed arsenaal van diagnostiek en behandeling. ‘Naast farmacotherapie beschikken we over alle mogelijkheden, van creatieve therapie, PMT en arbeidstherapie. De psychologen bieden ook cognitieve gedragstherapie, EMDR en schematherapie aan. Er zijn echter twee belangrijke verschillen met de reguliere ggz: we kunnen eerder dwangbehandeling toepassen en mensen zitten hier soms jarenlang. Want niet wij, maar de rechter bepaalt de duur van het verblijf. Gemiddeld zitten mensen hier drie maanden. Soms is dat jammer, omdat we iemand langer willen behandelen. Al zien we mensen ook weleens terug, omdat ze eenmaal buiten geen behandeling willen en terugvallen in oud gedrag.’

Van betekenis

Hoewel de verbeteringen niet altijd spectaculair of duurzaam zijn, vindt Menno van Koningsveld dat behandeling veel kan betekenen. ‘We krijgen mensen die erg onderuit zijn gegaan weer stabiel, zodat ze terug kunnen naar de PI. Ook geven we adviezen over de aanpak van mensen die in de PI niet te handhaven zijn. Denk aan mensen die heel dwingend zijn, een onmiddellijke behoeftebevrediging hebben en een kort lontje. En er zijn mensen die het binnen prettiger vinden dan buiten. We hadden pasgeleden een man die chronisch verslaafd is en zichzelf verwaarloost. Hij kreeg een taartje met een kaartje en zei: ik heb nog nooit zo’n leuke verjaardag gehad. Pijnlijk, maar kennelijk brengt de structuur van de PI dan toch iets positiefs.’

Beeld: © NIFP