De leukste baan ter wereld, vindt Anne Botermans (38) haar werk als psychiater bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie. ‘Je doet iets goeds voor de maatschappij en het individu. Zelfs als dat een heftig advies is als terbeschikkingstelling.’

Je werkt als psychiater en rapporteur bij het NIFP. Hoe ben je op deze plek gekomen?

‘Dat ik dokter wilde worden, wist ik al heel jong. Tijdens mijn opleiding psychiatrie wilde ik graag meer weten over diagnostiek. Dat kan het beste in het Pieter Baan Centrum, bedacht ik. Ik werd aangenomen om een jaar mee te lopen als assistent in opleiding tot specialist (aios) en ben nooit meer weggegaan.’

Beeld: © NIFP

Wat houdt jouw werk bij het NIFP in?

‘Eén dag per week verleen ik zorg aan gedetineerden in de penitentiaire inrichting (PI) in Alphen aan den Rijn. De andere dagen werk ik als rapporteur in dienst bij het NIFP. Ik adviseer over of en welk gedragsdeskundig onderzoek nodig is in strafzaken en stel ook rapporten op. Dit gebeurt in opdracht van de rechtbank.’

Beeld: © NIFP

Wat gebeurt er daarna?

‘In het tripartite-overleg bespreek ik wekelijks met het OM en de reclassering alle binnengekomen adviezen van de consulenten. We beoordelen dan of een verdachte een pro Justitia-rapportage krijgt, en of dat een mono- of multidisciplinair onderzoek moet zijn. Door de aanvraag vanuit meerdere expertises en perspectieven te beoordelen, komen we tot een zorgvuldige en evenwichtige beslissing.

De officier van justitie kijkt naar de ernst van het delict en verwachte strafeis, de reclassering naar de verdachte en zijn voorgeschiedenis, en ik naar de medische en psychiatrische informatie. Meestal volgen we het advies van de consulent, maar soms kiezen we ervoor om af- of juist op te schalen.’

Beeld: © NIFP

Welke criteria bepalen wat voor rapportage nodig is?

‘Ernstige delicten zoals moord of doodslag, waarvoor de minimale strafeis vier jaar is, leiden vrijwel altijd tot een multidisciplinair onderzoek. Ook als de officier van justitie een tbs-maatregel overweegt, is dat vereist. Bij twijfel over de toerekeningsvatbaarheid of veel media-aandacht voor een strafzaak, kunnen we opschalen naar het Pieter Baan Centrum.

Andersom geven reclasseringsrapportages soms al voldoende inzicht en is een rapportage niet nodig.’

Hoe ziet de samenwerking binnen het rapportageteam eruit?

‘Ik werk samen met psychologen en juristen. Er zijn natuurlijk weleens meningsverschillen. Vaak komen de psycholoog en psychiater die het onderzoek hebben gedaan dan toch tot consensus. In het enkele geval dat we niet tot consensus komen, kan de rechtbank ons uitnodigen om de conclusies toe te lichten. We moeten ook bescheiden blijven: we geven advies, maar het oordeel is uiteindelijk aan de rechter.’

Krijgt de verdachte ook inzage in het advies?

‘Jazeker. Gedetineerden vinden het niet altijd leuk om te horen dat ze een psychotische stoornis hebben of dat wij tbs met voorwaarden gaan adviseren. Als ik inschat dat de setting van zo’n terugkoppelingsgesprek risicovol is, neem ik voorzorgsmaatregelen. Dan ga ik bijvoorbeeld samen met een collega of is de beveiliging extra alert. Maar meestal valt het erg mee: mensen weten dat ze niet voor niets in de PI zitten.’

Wat maakt de werksetting uniek?

‘De mensen die wij onderzoeken, zijn meestal niet acuut ziek, zoals in de ggz. Bij onze doelgroep bestaat vaak het vermoeden dat er iets aan de hand is dat verder onderzoek vereist. Verder ligt onze focus niet op behandeling, maar op diagnostiek, risicotaxatie en veiligheid. Dat kan weleens wringen met je behandelhart.’

Betrek je ook aiossen bij de consulten?

‘Aios kunnen bij ons ervaring opdoen met voorgeleidings- en trajectconsulten. Het biedt een uniek kijkje in de forensische psychiatrie en hoe psychiatrische diagnostiek wordt toegepast in het strafrecht. Ze vinden het vaak spannend om zelf het gesprek te voeren met de gedetineerde, maar merken al snel dat het niet heel anders is dan met een patiënt. Wie het vak echt boeiend vindt, kan zich daarna wagen aan een pro Justitia-rapportage, maar dat is aanzienlijk complexer en tijdrovender.’

Beeld: © NIFP

Welke vaardigheden moet je hebben om een goede rapporteur te worden?

‘Taalvaardigheid is belangrijk, want rapportages moeten helder, uitgebreid en juridisch correct zijn verwoord. Ook moet je openstaan voor feedback, omdat elk rapport wordt beoordeeld door collega’s en juristen. Verder moet je stevig in je schoenen staan: sommige gedetineerden proberen je te manipuleren, bijvoorbeeld om drugs of medicijnen te krijgen.

En verdachten hebben een procesbelang waarvan je je bewust moet zijn. Je moet dus niet te naïef zijn.’

Ik heb weleens een stoel naar mijn hoofd gekregen, maar ook een jongen die zei: de rapportage leest als mijn dagboek 

Een pittige taakomschrijving.

‘En toch vind ik dit de leukste baan ter wereld!  Het werk is veelzijdig door de afwisseling in taken en de samenwerking met veel disciplines. Je draagt bij aan de maatschappij, en vaak ook aan een volgende stap voor het individu. Ik heb weleens een stoel naar mijn hoofd gekregen, maar ook een jongen die zei: de rapportage leest als mijn dagboek. Mijn advies – tbs voor poging tot moord – was niet mild. Toch was hij blij, want hij wilde geen recidive van zijn delict. Daar doe je het voor: dat mensen inzien dat je het beste met hen voor hebt.’

Geïnteresseerd in het werken bij het NIFP?

Bekijk de vacatures op: werkenbijDJI.nl