Impulsieve geweldsplegers en inhibitie

Thijs van de Kant, klinisch psycholoog bij het NIFP, was als onderzoeker betrokken bij een studie naar inhibitie bij verschillende typen plegers van geweldsmisdrijven. In dit artikel vertelt Thijs van de Kant over het onderzoek, de bevindingen en de relevantie voor de praktijk.

De term inhibitie wordt in de neuropsychologie gebruikt om het vermogen om gedrag te stoppen, af te remmen of uit te stellen te beschrijven. Als iemand moeite heeft prikkels of impulsen te onderdrukken, kan dat consequenties hebben voor het gedrag.

Onderzoek

'Inhibitie is een van de cognitieve functies die vallen onder het executief functioneren. Dat zijn de processen in ons brein die het gedrag aansturen', vertelt Thijs.
'In het onderzoek hebben we bekeken of we meer zicht konden krijgen op de rol van inhibitie bij geweldspleging.'

Het onderzoek is uitgevoerd in het Pieter Baan Centrum van het NIFP. Thijs: 'Onze testgroep daar hebben we ingedeeld in twee groepen: de impulsieve plegers, waar het delict waar zij van worden verdacht vooral uit emotie is gepleegd, en berekende plegers, die weloverwogen een geweldsmisdrijf plegen.'

Impulsieve plegers

In het onderzoek zijn verschillende neuropsychologische tests ingezet. Een van de tests die werd uitgevoerd was de ‘stop-signaal test’. Met deze test wordt het vermogen gemeten om reeds ingezet gedrag af te remmen of te staken. ‘In die test was een duidelijk verschil tussen de twee groepen plegers te zien. Affectieve, impulsieve plegers hadden duidelijk meer problemen met inhibitie.’

Bruikbaar

De conclusies uit het onderzoek zouden uiteindelijk bruikbaar kunnen zijn voor onder andere de pro Justitia praktijk, vertelt Thijs. ‘In plaats van naar geweldplegers te kijken als een homogene groep, kunnen we differentiëren tussen geweldplegers en onze risicotaxatie en behandeling hier op aanpassen. We hebben bewust gekozen voor neuropsychologische tests die toepasbaar zijn in het forensische veld, zodat we onze pro Justitia rapporteurs handvatten geven voor onderzoek en de komende tijd ook dit wetenschappelijk onderzoeksveld verder kunnen verkennen.’