Groepsleider Pieter Baan Centrum blogt over haar werk

Denise Hagedoorn is groepsleidster in het Pieter Baan Centrum. In haar blog vertelt ze over haar werk in deze psychiatrische observatiekliniek.

Een moordzaak die heel Nederland in zijn greep houdt of een serieverkrachter, het zijn vaak onderwerpen van gesprek op feestjes en verjaardagen. “Die zal wel bij jou komen”, zeggen mijn vrienden dan over de verdachte. Mijn vrienden hebben -net als veel andere Nederlandse burgers- allemaal een mening over de gebeurtenissen en waarschijnlijke motieven, maar vooral over de verdachte zelf. Door mijn vrienden overigens steevast dader genoemd, terwijl de mensen die bij het Pieter Baan Centrum worden onderzocht ‘verdachte’ totdat de rechtbank een oordeel heeft gevormd. Die mening over de verdachte is vaak niet mals. Ik kan het ze niet kwalijk nemen, zij kunnen hun informatie alleen uit de media halen. Door mijn werk kijk ik toch anders naar deze mensen.

Elke dag iets onverwachts

Ja, er zitten bekennende verdachten in het PBC die hun handelen voorafgaand aan de daad al meerdere malen door hun hoofd hebben laten spelen. Maar er zit ook een ander soort bijzondere verdachten tussen, die net even afwijkender gedrag vertoont dan de gemiddelde bajespopulatie. Een jongen die met een reep stof als blinddoek over de afdeling loopt en denkt dat hij blind is bijvoorbeeld, een man die dode vliegen in potjes in de vensterbank bewaart en probeert ze op die manier weer tot leven te wekken of een vrouw die sigarettenpeuken in haar gezicht uitdrukt als ze haar zin niet krijgt. Zo kan ik nog wel even doorgaan…. Ze vertonen overigens niet allemaal dit soort gedragingen, maar de verscheidenheid hierin maakt wel dat ik mijn werk zo leuk vind. Elke dag gebeurt er iets onverwachts.

Collega’s als tweede familie

In het PBC wordt multidisciplinair gewerkt, maar met mijn collega’s op de observatieafdeling heb ik de meest intensieve samenwerking. Zij zijn mijn tweede familie zeg ik altijd, door de onregelmatige uren breng ik met hen soms meer tijd door dan met de mensen thuis. Anders dan op een kantoor zijn we de hele dag met elkaar bezig. We maken plannen, overleggen, evalueren gedurende de dag meerdere keren. Als ik niet lekker in mijn vel zit, wil ik dat mijn collega’s dat weten. Zij moeten immers op mijn steun kunnen vertrouwen of mij juist uit de wind kunnen houden als dat nodig is. Want de populatie is grillig. Het ene moment word ik de huid vol gescholden of probeer ik te voorkomen dat een verdachte in zijn woede niet tot fysiek geweld overgaat. Dan weer confronteer ik een verdachte met zijn gedrag of structureer ik iemands dag omdat hij of zij daar zelf niet toe in staat is. En het volgende moment krijg ik een bedankje voor mijn luisterend oor en advies.

Een eigen levensverhaal

Tijdens een dienst leven mijn collega’s en ik intensief samen met meerdere verdachten. We praten over koetjes en kalfjes of hebben juist diepgaande gesprekken. We koken, eten, sporten, kaarten en lachen samen. Soms huilen ze. Daardoor zie ik de verdachten ook als gewoon maar mensen. Mensen met emoties en gevoelens, een eigen levensverhaal. Er zijn verdachten die onder invloed van psychoses of externe omstandigheden een strafbaar feit plegen en zelf ook niet weten hoe het zover heeft kunnen komen. Het beeld in de kranten en op tv is soms echt te eenzijdig. Het zijn niet allemaal monsters waar het PBC mee vol zit.


Denise Hagedoorn

groepsleidster Pieter Baan Centrum